



Vanaf 4 maand wordt de voeding gevarieerder, een belangrijke fase in baby's ontwikkeling en voor zijn smaakopvoeding.
Goed variëren helpt onder meer om bepaalde ziektes, zoals zwaarlijvigheid, op latere leeftijd te voorkomen. Daarom werd aan de potjes Babybio geen suiker of zout toegevoegd. In deze periode blijft melk de belangrijkste voeding, maar baby's spijsverteringssysteem is nu voldoende ontwikkeld om ook ander voedsel op te nemen.
Tegen de 5e maand kan baby halfvast voedsel doorslikken omdat de bewegingen van zijn tong beter gecoördineerd zijn.
Tussen de 4de en de 6de maand begint baby duidelijk te maken dat hij anders wil eten.
Meestal kan hij alleen rechtop zitten, zonder hulp, en eten in zijn mond houden.
Soms kauwt hij op alles wat hij binnen bereik krijgt, kwijlt hij zodra hij eten ziet en laat merken dat hij nog honger heeft na de borst- of flesvoeding.
Zodra je hebt besloten dat het tijd wordt om over te schakelen op vaste voeding, leg je een etenstijdstip vast waarop baby al je aandacht zal krijgen. Sommige baby's hebben vooral 's avonds honger, andere 's ochtends.
In het begin bied je hem heel kleine hoeveelheden aan op een lepeltje. Forceer niets, het invoeren van een nieuw soort voeding gebeurt niet op één dag maar verloopt gespreid in de tijd.
Sommige baby's eten alles wat je ze aanbiedt en wachten hongerig op meer. Andere houden niet van het gevoel van de lepel in hun mond.
Het is verstandig om per dag niet meer dan één nieuw soort voedsel aan te bieden, zodat hij de verschillende smaken kan leren kennen en zodat je een eventuele allergie kunt opsporen. Als groente kun je starten met worteltjes, boontjes, spinazie, courgettes (zonder pitjes en geschild), wit van prei, pompoen, rode bietjes, ... Als fruit geef je hem best goed rijp fruit.
Fruit en groenten moeten gemixt zijn tot een glad papje en gestoomd om de vitamines te behouden. Als je baby niet van een lepeltje wil eten, kun je beginnen met wat groente of fruit bij zijn zuigfles doen.
Geef je baby elke dag een paar lepeltjes na de fles- of borstvoeding als je denkt dat hij nog honger heeft.
Geef 2 weken later een tweede vaste voeding. Als alles vlot verloopt, geef je een derde vaste voeding nog eens 2 weken later.
De volgende etenswaren geef je beter niet aan je baby:
tarwe en rogge: ze bevatten gluten, die bij sommige baby's van jonger dan 6 maanden darmproblemen kunnen geven.
groenten met een "uitgesproken smaak" of met een gekend risico op allergie of te rijk aan vezels: kool, knolselder, rapen, selder, paprika, ...
exotisch fruit als kiwi, mango, papaja of kokosnoot
Ontdek onze producten speciaal voor deze leeftijdsgroep
Lees onze tips voor baby's ontwikkeling
Lees onze tips voor een goede nachtrust


